Niet-etende kinderen

Het was etenstijd toen ik over het lange fietspad door onze Vinex-woonwijk reed. Aan het pad liggen tientallen huizen, hun glazen voorpuien door slechts een paar meter gras van van de strook rood wielerasfalt gescheiden. Hierdoor is het makkelijk naar binnen loeren, wat ik graag doe en ook die avond deed.
Door één van de ruiten zag ik een gezin aan tafel zitten. Het dichtst bij het raam zaten twee jongens van een jaar of 12, daar achter hun ouders. Eén jongen had zijn ogen tot smalle spleetjes geknepen. Met zijn linkerhand kneep hij zijn neus dicht, met zijn rechterhand bracht hij op moeizame wijze een lepel naar zijn mond.

Ik herkende het dramatische gedoe aan tafel.
Het gefrustreerde en machteloze gevoel dat je als ouder hebt: je wil zo graag goed voor je kinderen zorgen, hebt met liefde iets klaar gemaakt dat zonder blikken of blozen aan de kant wordt geschoven. Wil niet de dreigen-omkopen-chanteren-opvoedmethode inzetten, maar gaat toch vaak voor de bijl (‘als jij je bord leeg eet dan krijg je straks een lekker toetje’ & ‘nee echt, nu niet eten is straks ook niet om een boterham vragen’ & ‘het maakt me niet uit, EET.NU.DIE.ENE.BOON.OP!’). Alle Ouders van Nu en kinderkookboeken er op na slaan en alle tips uitproberen, maar echt, zelfs na uren gezellig samen kokkerellen wordt eten dan niet altijd gegeten.
Ook herkende ik de kant van het kind: niet willen eten en dat toch moeten. Beelden van het moeten drinken van houdbare volle melk toen ik een jaar of 10 was flitsten door mijn hoofd, inclusief de kokhalzende bewegingen van destijds. Ook de makreel met rijst en paprika die mijn moeder vol trots op tafel zette kwam boven drijven. Figuurlijk dit keer.

Het fietstochtje en de gedachten over niet etende kinderen, vonden plaats op een dag dat er in de media werd bericht over de steeds ongezondere voedingspatronen van kinderen. Ik filosofeerde wat. Dacht aan de overvloed in de Westerse Wereld, de voorkeur voor vet & zoet die in onze oergenen zit gebakken, de grotere stem die kinderen in hun eigen opvoeding hebben. Ik dacht aan de moeizame momenten bij ons aan tafel.
Met een puber die dol is op korte termijn bevrediging en het liefst een snelle zak chips of chocoladereep pakt. Die zijn met zorg klaargemaakte lunch niet direct in de prullenbak op school gooit – dat laat hij mij thuis doen als ik het groen uitgeslagen bakje uit zijn tas vis.
Met een pré-puber die – los van 2 hapjes fruitprut toen hij 7 maanden oud was – zijn hele leven alle soorten fruit in welke vorm dan ook feilloos herkent en pertinent weigert. Zelfs een bananen milkshake (mét chemische toevoegingen en zónder banaan) komt er bij hem niet in.
Met een jongetje van 8 jaar, dat eten het liefst als machtsmiddel gebruikt – je moet wat als je de jongste bent – en bijzonder kieskeurig is.

Ik vroeg me af wat het beste zou zijn: afdwingen in de hoop dat gewoonte en goed voorbeeld inderdaad doen volgen, of een kind de ruimte te geven om een eigen smaak te ontwikkelen. En welke mogelijkheden zaten daar nog tussen in? De mini-discussie met mijzelf, sloot ik af door na jaren trial-and-error te besluiten dat ook je kinderen voeden moet gebeuren op een manier die bij jou en je kind past.
Ik maak van eten geen strijd (meer). Mijn jongste krijgt ‘s ochtends drie rijstwafels met chocoladepasta van een heel specifiek merk. Ook al vind ik rijstwafels weinig vulling geven. Ook al weet ik best dat er in chocoladepasta 6 miljoen suikerklontjes per pot zitten – overigens was hij zelf diegene die me dat vertelde.
En ja, mijn andere zoon krijgt al 8 jaar zo’n foute Sultana mee voor het pauzemomentje op school – terwijl school al jaren vraagt om alleen fruit mee te geven.
Soms probeer ik het nog eens: een lekkere fruitsmoothie, een tarwewrap met sla en noten, zilvervliesrijst of desnoods dan maar héél véél homemade guacamole bij de chips. Maar ik weet inmiddels wel wat ik wanneer en bij wie probeer. Ik vertrouw er maar op dat de weinige basisregels die ik heb (zonder ontbijt de deur niet uit, eerst een glas water en dan pas frisdrank of ranja, vitaminepillen als je geen fruit eet) vast wel ergens iets bijdragen aan een soort van gezond eetpatroon van onze jongens.

En jongen bij het raam: hang in there! Misschien is het allemaal niet zo erg – of vies – als dat het nu lijkt /smaakt. Het komt goed.

Meest recente berichten

BLOG // Stemrecht

Lees meer

LEZEN | Anders van Angela Weghorst

Lees meer

De documentaire Alphabet

Lees meer